SS 2742
(F1-hybride)

0,85

bi-color suikermais
dubbelzoet

Uitverkocht

Categorie:

Deze fraaie dubbelzoete kolven met twee kleuren korrels (wit en geel) ult u in Nederland niet zo snel aantreffen !

Het F1-hybride ras ‘SS 2742’ is een bi-color variëteit die behoort tot de Summer Sweet® MultiSweet® serie van een Amerikaanse veredelaar.

De kolven van ‘SS 2742’ zijn middenvroeg oogstbaar.

Algemene informatie suikermais:

Mais of Maïs (Zea mays ssp. mays) is een graansoort die afkomstig is uit Midden-Amerika. Het betreft een domesticatie van de grasachtige plant teosinte (Zea mays ssp. parviglumis), waarbij enkele achtereenvolgende mutaties door de Indiaanse bevolking werden uitgeselecteerd ten behoeve van menselijk gebruik. Door het voortgaande proces van menselijke selectie lijkt de hedendaagse mais nog nauwelijks op de teosinte.

Nadat Columbus Amerika ‘ontdekte’ werd de plant ook in Europa geïntroduceerd. De selectie voor koudere klimaten hebben de Europeanen zelf gedaan, waardoor de grens waar mais kan worden geteeld steeds verder opschuift naar het noorden.

In de loop der tijden zijn er diverse toepassingen voor mais onstaan, zoals korrelmais (veevoer, maizena, maisbrood, tortilla’s), snijmais (veevoer), suikermais (menselijke consumptie), pofmais (popcorn) en siermais. Ook als energiegewas voor de productie van bioenergie heeft mais betekenis gekregen. Voor al deze toepassingsgebieden zijn verschillende rassen geselecteerd. Alle commerciële rassen zijn vandaag de dag F1-hybriden. Alleen voor siermais worden nog populatierassen gebruikt.

We zullen ons hier beperken tot de suikermais (Zea mays convar. saccharata). Binnen de groep van suikermais wordt onderscheid gemaakt tussen:
– normaal zoete suikermais (su1);
– dubbelzoete suikermais (sh2).

Bij de teelt van suikermais is het van belang dat deze niet wordt bestoven door andere maistypen. Het telen van suikermais naast een akker met snijmais is dus geen goed idee. De zoete smaak ontstaat namelijk alleen indien de suikermais door eigen stuifmeel wordt bestoven. De eigenschap om suiker in het endosperm van de korrels te vormen (en dus geen zetmeel) is in genetisch opzicht namelijk een recessief kenmerk. De eigenschap om zetmeel te vormen is dus dominant over de eigenschap om suiker te vormen. Indien de suikermais wordt bestoven door snijmais, dan verkrijgt de inhoud van de korrel de eigenschap van de snijmais en zal deze dus zetmeel bevatten en geen suiker.

Hetzelfde effect kan zich voor doen indien er siermais in dezelfde (volks)tuin staat als de suikermais. Ongewenste bestuivingen zullen ertoe bijdragen dat een gedeelte van de korrels in de kolf geen suiker bevatten, maar zetmeel. Dit zal de eetkwaliteit nadelig beïnvloeden.

Om dezelfde reden mogen de dubbelzoete suikermaisrassen niet bestoven worden door normaal zoete suikermaisrassen en omgekeerd. De eigenschap normaal zoet en dubbelzoet berusten namelijk op verschillende recessieve genen met de aanduidingen “su1” (sugary-1) en “sh2” (“shrunken-2). Bestuiving tussen deze beide suikermaistypen zal ertoe leiden dat er toch zetmeel in de korrels wordt gevormd, omdat de eigenschap om suiker te vormen bij beide genen over en weer wordt opgeheven.

Oude normaal zoete suikermais rassen worden steeds minder geteeld (het ras ‘Golden Bantam’ is een voorbeeld van een oud ras dat normaal zoet is, op basis van het su1-gen). De meeste suikermaisrassen die in de handel zijn, behoren tot het dubbelzoete type, op basis van het sh2-gen. Bij deze dubbelzoete rassen kunnen de korrels wel tot 20% suiker bevatten (en dus zeer weinig zetmeel).

Tot slot is nog vermeldenswaardig dat voor een goede vulling van de kolven een goede bestuiving belangrijk is. Aanbevolen wordt om voldoende planten (van hetzelfde type suikermais!) in ten minste dubbele rijen te planten. Indien u u kolven oogst waarin veel korrels ontbreken, dan heeft de bestuiving te wensen over gelaten.