Dit ras is ontwikkeld door de Israëlische meloenenveredelaar Dr. Zvi Karchi, uit een kruising van de bekende ‘Ha-Ogen’ met ‘Krimka’. Het ras werd geïntroduceerd in 1973 en werd genoemd naar Karchi’s eerste dochter en betekent “Goddelijke vloed” in het Hebreeuws.
Het ras werd na de introductie zodanig populair, dat door andere veredelaars nieuwe verbeterde rassen op de markt werden gebracht die veel op de oorspronkelijke ‘Galia’ lijken. Hierdoor is inmiddels een omvangrijke cultivargroep met Galiameloenen ontstaan. Door de populariteit worden rassen uit deze cultivargroep inmiddels wereldwijd geteeld en liggen deze overal in de winkelschappen.
‘Galia’ is een vroeg rijpend ras met middelgrote hoogronde tot ovale vruchten (1,0 tot 2,0 kg). De schil van rijpe vruchten is stevig, okergeel van kleur en voorzien van een mooi gevormd net. Het vruchtvlees is lichtgroen, stevig en zoet van smaak, zonder overheersende aroma’s. Rijpe vruchten zijn redelijk goed bewaarbaar.
De planten groeien krachtig met een wat lang geleed vrij open gewas. Vormt gemakkelijk vruchtbloemen en de vruchtzetting verloopt relatief gemakkelijk.
MOEILIJKHEIDSGRAAD: gemakkelijk in de teelt
GESCHIKTHEID VOOR BUITENTEELT: meloenen zijn warmteminnende planten; dit geldt in het bijzonder voor de jonge planten. Daarom bij voorkeur in de kas telen. Buiten uitplanten is wel mogelijk, maar dan uitsluitend op een warme plaats, waarbij na het uitplanten een periode van warm weer is voorspeld. Vervolgens geldt in de buitenteelt dat hoe vroeger het ras rijpt, hoe geschikter. Aangezien ‘Galia’ tamelijk vroeg rijpt, zullen de vruchten buiten probleemloos kunnen afrijpen.




